Pierre-Paul Prud’hon

plafond à la gloire du prince, Dijon 

Cluny 1758 – 1823 Parijs

Pierre-Paul Prud’hon is een tekenaar en schilder uit de Franse Romantiek. Hij is beïnvloed door de Rococo, het Classicisme en de Romantiek. Prud’hon ontwikkelt een eigen stijl, maakt veel zwart/wit tekeningen, vaak op blauw papier.
Prudhon wordt ook bekend om zijn (zelf)portretten, zijn mythologische en zijn allegorische schilderijen. Prud’hon werkte graag met levende modellen. Pierre Prud’hon is een groot bewonderaar van Peter-Paul Rubens.

Prud’hon kreeg van Napoleon Bonaparte de opdrachten een portret van zijn eerste en later van zijn tweede vrouw te schilderen. Daarnaast wordt Prud’hon ontwerper van meubels, wandschilderingen en tafelversieringen.

Zijn meest bekende werk is een van zijn laatste schilderijen: Le Christ sur la croix, La Madeleine et la Vierge sont à ses pieds, een schilderij dat hij maakt voor de kathedraal Saint-Étienne in Metz. Dit schilderij hangt nu in het Louvre in Parijs.
Prud’hon wordt gezien als een van Frankrijks grootste tekenaars.

Pierre Prud'hon

Cluny

Pierre Prudon wordt op 4 april 1758 geboren in Cluny. Hij is het zevende kind van Christophe Prudon, een steenhouwer in Cluny, en van Francoise Piremol. Pierre groeit op in Cluny. Helaas sterven zijn beide ouders als hij nog kind is. Abbé Besson, pastoor van de église Saint-Marcel, neemt hem onder zijn hoede en neemt de verantwoordelijkheid voor zijn opvoeding. Pierre krijgt onderwijs aan de kloosterschool van de abdij van Cluny. Door het zien van de vele schilderijen in het klooster ontwikkelt Pierre zijn liefde voor tekenen.
De bisschop van Mâcon ziet zijn artisticiteit op en geeft hem in 1774 een studiebeurs voor de academie École des Beaux-Arts, die de dan bekende schilder en beeldhouwer François Devosge in Dijon heeft opgericht. Prudhon houdt altijd grote genegenheid hebben voor deze meester, die hem een goede opleiding geeft en als een vader voor hem is geweest.

In 1776 dingt Pierre mee naar de Prix de Rome, georganiseerd door de provincie Bourgogne, maar hij wint deze prijs niet. Wel behaalt hij de eerste prijs voor de schilderkunst op de jaarlijkse wedstrijd van zijn academie.

Pierre-Paul Prud'hon

In 1778 keert Prudhon terug naar Cluny en trouwt met Jeanne Paugnet, de dochter van de notaris. Hun eerste zoon, Jean, wordt een week later geboren. Jean zal later ook schilder en graveur worden. Het is geen gelukkig huwelijk en Prudhon vertrekt in 1780 voor zijn vervolg opleiding  naar de Acadėmie Royale in Parijs. Hier raakt hij bevriend met de familie Fauconnier, waar dochter Marie verliefd op hem wordt. Als ze begrijpt dat Pierre nog getrouwd is, wil ze geen verdere relatie met hem.

Ook sluit Prudon vriendschap met Maximilien de Robespierre. Pierre verandert in Parijs zijn familienaam in Prud’hon en voegt de naam Paul toe aan zijn voornaam, dit ter ere aan Peter Paul Rubens, van wie hij een groot bewonderaar is.

Prix de Rome voor Pierre-Paul Prud'hon

Op zesentwintig jarige leeftijd doet Prud’hon opnieuw mee aan de wedstrijd van de Bourgogne voor de Prix de Rome, deze keer wint Pierre. Deze prijs stelt hem in staat naar Italië te gaan en vier jaar in Rome kunnen studeren en werken. Hij bestudeert, en kopieert, werken
De Grand Prix de Rome is destijds de belangrijkste wedstrijd van de École des Beaux-Arts in Parijs. Met het winnen van de Prix de Rome krijgt een schilder bekendheid en kan op kosten van de Franse Academie in Rome verder werken en studeren.

Prud’hon raakt bevriend met de beeldhouwer Antonio Canova, met hem bestudeert Pierre werken uit de oudheid. Ondanks verschillende vriendschappen heeft Prud’hon een eenzame tijd in Rome.

Als eerbetoon aan de familie Condé, die in de Bourgogne regeert, maakt hij een grote compositie voor het Palais des Etats in Dijon, la gloire de Bourgogne, een interpretatie van het plafond van het Palazzo Barberini door Pietro da Cortona.

In deze tijd ontwikkelt Prud’hon zijn eigen stijl, een zachte en sfeervolle stijl met veel clair/obscur en met elementen uit het Classicisme.
De periode in Rome blijft een belangrijke invloed op zijn verdere werk houden. Zijn schilderijen bevatten de symmetrie en helderheid die gebruikelijk zijn in de Griekse en Romeinse klassieke kunst.

Parijs

Bij terugkeer naar Frankrijk werkt Prud’hon eerst enkele maanden in Lyon als assistent van de bloemenschilder Gonichon. Hij moet dit doen om een familieschuld af te lossen. Daarna gaat hij in Parijs wonen, hier komt ook zijn vrouw Jeanne weer bij hem wonen en worden nog twee zonen geboren. Het zijn moeilijke jaren voor het gezin Prud’hon.
In Parijs vindt Prud’hon werk met het ontwerpen van vignetten en briefhoofden en het versieren van herenhuizen. Hij wordt lid van een kunstenaarsclub en bevindt zich steeds meer in het milieu van kunstenaars en aristocraten.
Prud’hon raakt onder de indruk van de ideeën van de Franse Revolutie en wordt overtuigd Republikein. Hij bezoekt veelvuldig toespraken van Robespierre.
In 1791 begint Prud’hon zijn werken tentoon te stellen in de Parijse ‘Salons’. Hij maakt een portret van Saint-Just, een schilderij dat nu in het Musée des Beaux-Arts in Lyon tentoongesteld wordt.

Saint-Just is een Franse politicus en revolutionair leider uit de Nièvre.

Rigny

Na de val van Robespierre in 1794 breekt de hongersnood uit in Parijs. Prud’hon, als vriend van Robespierre, moet Parijs verlaten en vestigt zich voor twee jaar in Rigny, een plaatsje ten oosten van Dijon in de Bourgogne.

Prud’hon vindt onderdak in het huis Georges en Louise Anthony. In Rigny begint hij met het illustreren van boeken en schildert hij vele portretten, waaronder het bekende portret van Madame Anthony. Hij schildert dit portret om de familie te bedanken voor haar gastvrijheid.

Terug in Parijs

Na twee jaar kan hij terugkeren naar Parijs. Prud’hon maakt de versieringen voor het Hôtel de Lannoy, Parijs (1798-1801). Dit hotel wordt aan het einde van de 19e eeuw verwoest, maar verschillende panelen zijn bewaard gebleven en hangen nu in het Louvre en in Chantilly.

Prud’hon doet mee aan de inschrijving voor een plafond in het Louvre. Hij ontwerpt La Sagesse et la Vérité descendant sur la terre, dat verwijst naar vrede en vernieuwing na revolutionaire strijd. De opdracht wordt aan hem toe gekend en hij mag in een werkplaats van Het Louvre in 1798 en 1799 werken aan dit meesterwerk. In 1798 ontvangt hij een aanmoedigingsprijs voor zijn ontwerp. Prud’hon krijgt nu een opdracht voor een plafondschildering over hetzelfde onderwerp voor het plafond van het Palais de Saint-Cloud.
Palais de Saint-Cloud is een Frans koninklijk paleis in Saint-Cloud, ongeveer 10 kilometer ten westen van Parijs, uitkijkend op de Seine. Het paleis werd bewoond door onder meer Marie Antoinette, Napoleon Bonaparte en Napoleon III.

Erkenning voor Pierre-Paul Prud'hon

Aan het begin van de 19e eeuw raakt Prud’hon steeds meer bekend en krijgt hij erkenning voor zijn werk. In 1801 tekent Prud’hon Triomf van Bonaparte die hij tentoonstelt op de Salon van 1801. Dit levert hem de gunst van Napoleon Bonaparte op.

Pierre Prud'hon

Prud’hon krijgt nu van Napoleon de opdracht een portret van diens eerste vrouw Joséphine de Beauharnais te schilderen(1805).

Pierre Prud'hon
Pierre Prud'hon

Opvallend is dat Prud’hon Josephine, die op 2 december 1804 tot keizerin gekroond is, niet schildert als keizerin, maar als een prachtige,  aantrekkelijke vrouw, op een plek in de natuur. Was hij verliefd op haar? Volgens verhalen uit die tijd is die kans groot geweest. Het schilderij van Joséphine is nu in het Musée du Louvre in Parijs te bewonderen. 

Na zijn portret van de keizerin krijgt Prud’hon portretopdrachten van andere hooggeplaatste personen, waaronder Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord, hertog van Talleyrand, vorst van Benevento en Frans diplomaat.

Prud’hon ontvangt meerdere opdrachten van Napoleon voor schilderijen en plafond decoraties.

In 1808 exposeert hij op de Salon zijn beroemd geworden werk la Justice et la Vengeance divine poursuivant le Crime. Dit werk hangt eerst een aantal jaren in het Palais de Justice, voor het naar het Louvre wordt over gebracht.

Na de scheiding van Napoleon met Josephine, “omdat zij hem geen zoon kon schenken”, neemt Napoleon in 1810 Marie-Louise d’Autriche, de aartshertogin van Oostenrijk, tot vrouw. Prud’hon schildert ook haar portret. Prud’hon ontwerpt ook het decor van hoffeesten en details voor de ceremonies voor het tweede huwelijk van Napoleon. 
Keizerin Marie Louise, die leefde van 1791 tot 1847, kwam met groot gevolg en bleef een dag in Zeist. Ze bezocht het Broederplein. Er was een ereboog voor haar opgericht en zij kreeg als cadeau twee kussentjes met daarop een deel van de Bijbelse Psalm 21 en de woorden Vive l’Empereur en Vive l’Imperatrice geborduurd.

Er waren op het Broederplein veel winkeltjes. De keizerin kocht allerlei artikelen. Na afloop van haar bezoek werden de aangekochte spullen op wagens naar haar tijdelijke verblijfsplaats in Utrecht vervoerd. Na het winkelen bezocht ze nog de kerkzaal van de Broedergemeente, waar zij een spiritueel gesprek had met de dominee en de ouderlingen (bron: Maarten Bos in De Nieuwsbode 2020).

Marie-Louise was een achternicht van de, in 1793 onthoofde, beroemde Franse koningin Marie Antoinette.

Pierre Prud'hon

 

Terug naar Pierre Prud’hon, Maurice de Talleyrand geeft hem de opdracht Assomption de la Vierge, de Hemelvaart van de Maagd, te schilderen voor de kapel van het Tuileries-paleis (circa 1819). Ook dit schilderij is nu te zien in het Louvre.

Pierre Prud'hon

 

In 1816 wordt Prud’hon, ondanks tegenstand van enkele andere schilders, tot lid van het Institut de France benoemd. Hij wordt zelfs de derde voorzitter van de sectie ‘Peinture’.
Het Institut de France is een Frans wetenschappelijk instituut dat werd opgericht op 25 oktober 1795. Het is gevestigd in het gebouw van het voormalige Collège des Quatre-Nations aan de Quai de Conti in het 6e arrondissement van Parijs.
De Académie des Beaux-arts (59 leden) is een van de vijf academies die samen het Institut de France vormen. Het is in 1816 opgericht door koning Louis XVIII. Er zijn musea, historische monumenten, Franse en buitenlandse landgoederen aan het Institut de France nagelaten (bron: Wikipedia.org).

Constance Mayer

In 1803 gaat Prud’hon scheiden van zijn inmiddels geesteszieke vrouw Jeanne. Kort hierna heeft hij een relatie met Constance Mayer (1775-1821), leerlinge van Jean-Baptiste Greuze in Tournus. Constance wordt zijn leerlinge, compagnon en minnares. Prud’hon en Mayer gaan wonen in een appartement aan de Sorbonne. Constance voedt zijn zonen grotendeels op. Prud’hon en Mayer werken veel samen aan schilderijen.

Constance leidt aan depressieve periodes. Wanneer Prud’hon weigert met haar te trouwen, pleegt zij in 1821 zelfmoord in hun appartement. Zij hebben dan achttien jaar samen geleefd en gewerkt. Prud’hon blijft diep bedroefd achter. Hij voltooit het schilderij Une famille malheureuse, dat Mayer onafgemaakt achter laat en exposeert dit op de Salon van 1822.

Door de intensieve samenwerking van Prud’hon en Mayer is soms niet zeker welke werken aan Prud’hon moeten worden toegeschreven en welke aan Mayer. 

Légion d'honneur voor Pierre-Paul Prud'hon

22 octobre 1808 krijgt Pierre-Paul Prud’hon de onderscheiding la Légion d’honneur, de belangrijkste onderscheiding van Frankrijk, enkele jaren eerder ingesteld door Napoleon Bonapate.

Le Christ sur la croix

Zijn meest bekende werk is van 1822: Le Christ sur la croixLa Madeleine et la Vierge sont à ses pieds. Het schilderij toont de kruisiging van Jezus met Maria Magdalena en de Maagd Maria aan zijn voeten. Hij maakt dit schilderij voor kathedraal Saint-Étienne in Metz. Het hangt nu in het Louvre in Parijs. Een schilderij vol emotie: Prud’hon ziet dit schilderij als een metafoor voor zijn verdriet om het sterven van Constance. Het is een van zijn laatste werken. Le Christ sur la croix heeft elementen van het neoclassicisme en de daarop volgende Romantiek in zich. Direct in het oog springend is hier zijn zo kenmerkend gebruik van clair/obscur: het sterke contrast tussen de duisternis van de achtergrond en het licht op het lichaam van Christus.

Pierre Prud'hon

Prud’hon brengt de laatste maanden van zijn leven door met zijn vriend Boisfremont. Ruim een jaar na de zelfmoord van Constance, sterft Prud’hon op 16 februari 1823 in Parijs. Hij wordt naast Constance begraven op Père-Lachaise.

Le Christ sur la croix is dan nog niet geheel voltooid.
Ook zijn schilderij Andromache et Astyanax is niet voltooid bij zijn dood en wordt voltooid door zijn leerling Charles Pompée Le Boulanger de Boisfrémont.  Prud’hon was van plan het te verkopen aan de voormalige keizerin van Frankrijk, Marie Louise.

Het onderwerp van de toewijding aan het gezin is ontleend aan de Franse tragediaan Racine: Andromache omhelst haar zoon Astyanax in wie ze de kenmerken ziet van haar echtgenoot, Hector, die door Achilles was gedood. Toen moeder en zoon als oorlogsbuit werden vastgehouden, viel Achilles ‘zoon, Pyrrhus, bij haar in, hoewel ze, zoals zijn verbaasde gebaar hier aangeeft, zijn avances afwees.

Pierre Prud'hon
Pierre Prud'hon

 

  Voorstudie en eindresultaat Andromache et Astyanax

Na zijn dood

Prud’hon ontving veel waardering van andere kunstenaars en werd in Parijs, en later in bredere kring, een bekend schilder en tekenaar. In het centrum van Dijon wordt een straat naar hem vernoemd, evenals in het 16e arrondissement van Parijs. In Cluny staat, naast de église Saint-Marchel, een standbeeld van hem.

Veel van zijn schilderijen zijn niet goed bewaard gebleven door het overmatig gebruik van bitumineuze verf.

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft één werk van Pierre Prud’hon is zijn collectie, het portret van Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn gezin, geschilderd in 1802 in Parijs.

Pierre Prud'hon
huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?