Lourdon a Lournand

Lourdon

Château Lourdon

Op de top van een heuvel, drie km ten noorden van Cluny, ligt in het dorp Lournand, met haar ruïne van het château Lourdon.

Eén van de belangrijkste châteaus van de Bourgogne was het château van Lourdon. Het was sterk verbonden met de abdij van Cluny. Het château Lourdon genoot bescherming van de abdij en was tevens een vesting die aanvallen op Cluny moest voorkomen.
Lourdon is in de geschiedenis meerdere malen een toevluchtsoord geweest voor de monniken en gediend als schatkamer van de abdij van Cluny.

Een deel van de vestingmuur staat nog overeind, evenals twee half verwoeste torens. In het zuiden de Tour Pigeonnier, ook wel Tour du Colombier genoemd. Dit was een uitkijktoren en herkenningspunt tussen het chateau Lourdon, de abdij van Cluny in het zuiden en de Chapelle de Cotte in het oosten, in Cortambert. De andere toren, tour de la Poudrière bevindt zich in het noorden.

Castrum Lourdo

Lourdon is één van de zestien priorijen in de Saône-et-Loire die naast het kloosterleven ook een verdedigingsfunctie had. 
Andere priorijen die beide functies hadden, zijn onder andere Berzé-la-Ville, Blanot, Mazille, Saint-Gengoux en Saint-Hippolyte. Deze priorijen ontstonden op het grondgebied van een château of op een gebied dat de monniken tot château transformeren.
‘Castrum Lourdo’ is de eerste van deze priorijen-kastelen.

Lourdon a Lournand


Geschiedenis van château Lourdon

Het château van Lourdon bestond al in de 9e eeuw, vóór de oprichting van de abdij van Cluny.

De eerste tekst over Lourdon dateert uit de tijd dat de Karolingen de machtige dynastie van Frankrijk zijn. Deze tekst vermeldt een verkoop in Castrum Lordono publice en staat in de Chartre van Cluny 34.

Vanaf de 10e eeuw behoort Lourdon aan de abdij van Cluny. In 910 schenkt de graaf van Mâcon het gebied van Lourdon aan monnik Bernon om de abdij van Cluny te stichten. In de daarop volgende eeuw wordt Lourdon vaak gebruikt als verblijfplaats van de abten van deze abdij. Het is het eerste decanaat van de Chartres de Cluny, gekwalificeerd als ‘obedientia’ (gehoorzaamheid).

Cluny

De geschiedenis van het kasteel van Lourdon, één van de belangrijkste in Bourgondië, raakt nauw verbonden met die van de abdij van Cluny. Lourdon geniet bescherming van Cluny tegen oorlogszuchtige buren. Tegelijkertijd lijdt Lourdon ook onder de overheersing van Cluny.

Lourdon is in de geschiedenis meerdere malen een toevluchtsoord geweest om kostbaarste goederen van de abdij van Cluny veilig te stellen: relikwieën, edelsmeedwerk, goudschatten of cartularia (een middeleeuws register) met kostbare manuscripten die tot een van de meest rijke bibliotheken van het christendom behoren.

Aan het eind van de 11e eeuw krijgt Lourdon de titel ‘rang de doyenné, domaine agricole et lieu de récupération de redevances’. Onder Pierre le Vénérable wordt Lourdon de belangrijkste leverancier van tarwe en wijn van de abdij geworden. Zo zorgt abt Pierre ervoor dat de levensstandaard van de monniken veilig wordt gesteld. Op de hellingen van de heuvels liggen de wijngaarden die de druiven leveren voor de wijn.

Pierre le Vénérable

Inkomsten van het château

De inkomsten van het château Lourdon worden onder andere opgebracht door de kerken van omliggende dorpen als Massy, Taizé, Frayes en Blanot. Andere inkomsten komen van de molens van Crusilles en Mailly en van landbouwgrond en bossen. Met deze inkomsten is Lournand ook verantwoordelijk geworden voor het leveren van goed brood aan de abdij van Cluny. Jaarlijks moet meer dan zeshonderd ’setiers de blé’ geleverd worden. Hiervan worden naast de monniken, ook vijftig armen en schoolkinderen die in het dorp worden opgeleid door de monniken, gevoed.

Bezettingen van Lourdon

Rond 1018-1020 bezet Otte-Guillaume, graaf van Mâcon, het kasteel van Lourdon om zijn macht over de monastieke heerschappij te vergroten. Maar hij wordt verdreven door Hugues de Chalon, graaf van Chalon, die handelt namens koning Robert le Pieux (de Vrome).

Vanaf de 12e eeuw is Lourdon, dat steeds machtiger wordt, een begeerd bolwerk door de seigneurs uit de omgeving. Lourdon wordt dan ook geregeld aangevallen. De monniken die het moeten verdedigen, hebben geen garnizoen en weinig kennis van oorlogvoering. Zij weerstaan dan ook zelden de aanvallen en het chateau wordt vele malen geplunderd.

Aan het begin van de tweede helft van de 12e eeuw neemt Guillaume I, Comte de Chalon (Willem I, graaf van Chalon) met zijn bende ‘Brabancons’ (keizerlijke huurlingen) het château van Lourdon in bezit. Vervolgens belegert hij Cluny en doodt veel van de monniken en burgers die zich verzetten. Daarna plundert hij de abdij. Guillaume I was heftig gekant tegen de abdij van Cluny door een meningsverschil over de priorij van Paray-le-Monial.
Lourdon wordt ingenomen door met de steun van de ‘seigneurs’ van Brancion, de vijanden van Cluny. Abt Etienne is wanhopig en roept de hulp in van de koning van Frankrijk, Louis VII.

Philippe Auguste komt te hulp en 1181 wordt een verdrag met de graaf van Chalon getekend: ‘Le Traité de Lourdon’, ondertekend door Willem II, graaf van Chalon en de abt van Cluny, vervolgens bekrachtigd door paus Alexander III en koning Philippe Auguste.
Philips II, bijgenaamd Philippe August was van 1180 tot 1223 koning van Frankrijk. Hij was een zoon van Lodewijk VII en Adelheid van Champagne.

De abdij komt nu onder de directe bescherming van de koning en de hertog van Bourgondië te staan.

Lourdon a Lournand

In de loop der eeuwen is er heel wat strijd geweest tussen les seigneurs de Brancion en de abdij van Cluny:
“De wereldlijke macht tegen de geestelijke macht”.


Toevluchtsoord voor Cluny

In de 13e eeuw is het château van Lourdon een toevluchtsoord voor de monniken en gebruikt als schatkamer van Cluny.

Om de abdij van Cluny te dwingen  een vergoeding (‘decime’) voor onkosten veroorzaakt door de kruistochten te betalen, stuurt de baljuw van Macon zijn troepen naar Lourdon en bezet het château van 1250 tot 1252. Hij beweert dat Cluny geweigerd heeft de tiende belasting te betalen. De Franse geestelijkheid zou toegezegd hebben deze gedurende drie jaar te betalen aan de koning van Frankrijk, onder andere om hiermee de kosten van de kruistochten te betalen.
Na tussenkomst van paus Innocentius IV verlaten de soldaten het chateau. De paus heeft zich hiervoor gewend tot koning Louis IX. De soldaten laten het château echter met een enorme schade achter.

In 1253 verkoopt Guillaume du Blé aan de monniken zijn belangen in Lourdon en Lournand.

1300: Twee rebellerende monniken uit Baume worden opgesloten in Lourdon. De monniken komen uit de abdij waar de eerste abt van Cluny, abt Berno, vandaan komt.

Bescherming door Cormatin

Twee eeuwen later, tijdens de strijd tussen Charles de Téméraire (Karel de Stoute) en Lodewijk XI, wordt het kasteel in 1470 opnieuw. Dit keer door de koninklijke troepen van Lodewijk XI. Deze troepen kwamen uit Lyon en waren doorgedrongen tot in het zuiden van het hertogdom Bourgondië. De troepen van de koning bezetten ook Saint-Gengoux, Marcigny, Charolles en Paray-le-Monial,

De monniken worden geholpen door Claude du Blé. Claude is ‘seigneur van Cormatin’ en stamt uit het oude geslacht du Blé dat het château van Cormatin gebouwd heeft en al eeuwenlang in haar bezit heeft.

Wanneer de monniken kunnen terugkeren naar Lourdon, herstellen zij de vesting, inclusief de donjon en de kerker. In deze tijd is Jean de Bourbon de abt van Cluny. Hij laat de zuidelijke toren en een abdijhuis bouwen.

Restauratie château Lourdon

Rond 1586 geeft een edict van koning Henri III het kasteel van Lourdon officieel terug aan de abdij van Cluny. Het staat nu weer onder de bescherming van Cluny.
Claude de Guise (1555-1612), abt van Cluny, restaureert het kasteel en brengt het weer in staat van verdediging.
Het château wordt ook groter: in het zuiden komt een langgerekt hoofdgebouw, met aan de zuidgevel een half cilindrische toren.

Met een lange muur van 3200 meter, versterkt met twaalf torens, om het chateau is de versterking verwezenlijkt.

VertaalresultatIn 1586 is de staat van het kasteel als volgt: een park van 12 hectare omgeven door 12 torens en een kleine kapel, een binnenste bolwerk beschermd door torens waaronder een donjon van 18 meter diameter, een abdijhuis, een baan voor het spelen van Jeu de paume en stallen.

Canon du château Lourdon

Claude laat tevens een voor die tijd groot kanon maken, bekend geworden als het ‘canon du château Lourdon’.
Dit kanon heeft een kaliber van 92 mm, een lengte van 2,85 m en een gewicht van 659 kg. Claude heeft hier waarschijnlijk de klokken van een toren voor omgesmolten.
In het Musée des Invalides in Parijs is dit kanon nog steeds te bezichtigen. 

Jeu de paume

Abt Claude legt ook een baan voor het spelen van ‘Jeu de paume’ aan.

Lourdon a Lournand

overgebleven pijlers van baan voor het spelen van Jeu de paume

Jeu de paume is een Franse balsport ontstaan in de Middeleeuwen. Het was een zeer populaire sport.
Oorspronkelijk werd het handpalmspel met de hand beoefend, vandaar de naam jeu de paume (paume is handpalm). Het was een individuele sport, maar al snel werd het spelen in het dubbelspel, dat wil zeggen in een team van twee individuen tegen een ander team van hetzelfde aantal spelers, de meest voorkomende.

Het veld was opgedeeld in twee delen, gescheiden door een net. Het doel was om de bal met blote handen terug te slaan. Als de bal op de grond valt, wint degene wiens deel niet door de bal is aangeraakt een punt.

In de dertiende eeuw verscheen een handschoen in de handen van spelers om de handpalm te beschermen tegen alle pijn die zou kunnen worden veroorzaakt door de kracht van de bal toen deze arriveerde. Deze is gemaakt van schapenwol en het oppervlak is gemaakt met de huid van hetzelfde dier. Voor nog meer kracht bij het terugslaan van de bal is een verlenging van de leren handschoen bedacht en ontworpen. Vanaf de zestiende eeuw waren de deelnemers uitgerust met sneeuwschoenen.

Het was in de eerste plaats een landelijke sport, die op zonnige dagen buiten werd gespeeld. Maar toen het aan populariteit won, kreeg het invloed in steden en werd het midden op straat beoefend. Met de demografische groei wordt het onmogelijk om op deze manier door te gaan en wordt het ook binnen gespeeld. Nog later wordt een slaghout en uiteindelijk een racket gebruikt (tekst en foto: Wikipedia). 

Lourdon a Lournand


Opnieuw religieuze onrust

In 1589 ontstaat religieuze onrust in Frankrijk. Ook in dit deel van Frankrijk ontstaan religieuze conflicten. Claude de Guise, abt van Cluny, wordt lid van ‘La Ligue’ en dit is olie op het vuur voor de protestanten.
La Ligue is een katholieke beweging die zich tijdens de godsdienstoorlogen ten doel stelde de katholieke godsdienst tegen het protestantisme te verdedigen. Het succes van deze groep was zodanig dat het een gevaar voor de monarchie werd.

In de nacht van 24 juni 1593 proberen koninklijke troepen (de partizanen van Henri de Navarra), onder leiding van maarschalk de Biron, een verrassingsaanval te plegen op het kasteel van Lourdon. Met het grote kanon kan de vijand worden weerstaan. Claude de Guise staat persoonlijk in voor de verdediging.

Twee jaar later moet het château zich alsnog overgeven aan het leger van koning Henri IV (Henri de Navarra). Het leger, 14.000 man, staat dan nog steeds onder bevel van maarschalk de Biron. Tegen zoveel manschappen met vier kanonnen, is het château niet bestand en geeft zich over.
Henri IV, geboren in een katholieke familie. bekeert zich samen met zijn moeder, Jeanne d’Albret (Johanna van Navarra), de laatste koningin van Navarra, tot het protestantisme. Van zijn moeder erft hij de troon van Navarra, een autonoom koninkrijk in het noorden van Spanje en het zuidwesten van Frankrijk. Henri wordt Hugenoot en zodanig betrokken bij de Hugenotenoorlog. Hij leidt de protestantse troepen tegen het koninklijk leger (Henri kon tijdens de Bartholomeusnacht ternauwernood ontsnappen aan een moordaanslag).

1598 (of 1601): oprichting door Claude de Guise van de kapel Saint-Claude op de oostelijke helling van de Cras heuvel. In 1746 zal de bisschop van Mâcon deze kapel bezoeken.

Vernietiging van het château van Lourdon

Het kasteel is nog steeds een gevaarlijk fort en bedreiging  voor de regio. Ook de bisschop van Mâcon ziet de overheersing van Cluny als ongewenst. Zodra Claude de Guise in 1612 sterft, schrijft de bisschop een brief aan de koning:

« … la dite démolition est très importante pour le service du roi et très utile pour la Bourgogne, d’autant que le dit château est très fort, qu’on ne saurait l’avoir qu’avec une armée et à force de canon…il peut ravager tout le pays étant entre les rivières de la Loire et de la Saône ; que la garde en est mal assurée entre les mains de religieux… »

 «… de genoemde sloop is zeer belangrijk voor de dienst van de koning en zeer nuttig voor Bourgondië, temeer daar het genoemde kasteel erg sterk is, en het alleen met een leger en met een kanon te benaderen is … het kan het hele land verwoesten tussen de rivieren van de Loire en de Saône…»

De koning geeft in 1614 toestemming voor de sloop. Richelieu, destijds de abt van Cluny, eist een schadevergoeding van 60.000 livres van de staten van Bourgogne en Mâconnais. De abdij krijgt deze vergoeding daadwerkelijk.
In 1632 geeft 
Richelieu de opdracht tot de sloop van de donjon en het kasteel van Lourdon, dit volgens de voorwaarden van de overeenkomst.
Richelieu is de belangrijkste minister van koning Louis XIII en wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de moderne staat in Frankrijk. Van 1627 tot 1642 is hij tevens abt van Cluny. Tijdens de opstand van de Hugenoten verlaat Richelieu zijn relatief tolerante politieke houding.

De versterkte delen van het château worden door middel van explosieven opgeblazen. Het sloopcontract bepaalt dat de onversterkte delen zoals het huis van Amboise, de stallen en de baan voor Jeu de paume worden gespaard (zie afbeelding boven).

De overblijfselen van het kasteel worden tot aan de Franse Revolutie gebruikt als agrarische gebouwen ten behoeve van de monniken van Cluny.

Chapelle Saint-Hubert

De kapel Saint-Hubert stamt uit de 16e eeuw, waarschijnlijk rond 1586 en is gesticht door Claude de Guise. Volgens Romaanse traditie is de kapel opgenomen in de buitenmuren van het kasteel, in het oosten. De kapel draagt het wapen van Claude de Guise. De naam van deze kapel zou een eerbetoon aan de jachtactiviteiten zijn.

Lourdon a Lournand
Lourdon a Lournand

De mysteries van Lourdon

Het kasteel bewaart nog veel geheimen. De overblijfselen van twee van de torens hebben nog steeds wenteltrappen die spiraalsgewijs de grond in lopen. Hoewel het nog niet bekend is waar deze trappen naar toe leiden, is wel bekend dat een groep speleologen uit Macon zo’n 50 jaar geleden de grotten van het kasteel hebben bezocht. Helaas zijn er geen gegevens over van het bezoek en is de ingang bedekt.

Ook de bron van het kasteel, afgedekt in de 17e eeuw, blijft verborgen, maar de locatie is bevestigd door een wichelroede. Ook de natuur geeft bewijs: afgelopen winter, toen de grond met sneeuw bedekt was, bevestigde een kale ring in de grond de vondst van de wichelroede.

Het kasteel is in privé bezit en kan niet worden bezocht, behalve bij uitzondering ter gelegenheid van les Journées Européennes du Patrimoine, de Europese Open Monumentendagen. 


bronnen

www.chateaudelourdon.fr
www.gallica.fr
wikipedia.org
https://wiki-macon-sud-bourgogne.fr
Itinérances autour des doyennés clunisiens et du ban sacré; Fappah

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?