Butte de Suin

Dichtbij Donzy le National ligt ‘Butte de Suin’, een uniek panorama.
Suin is een klein dorp in de Saône-et-Loire en vol van historie. De naam Suin, de klokkentoren van de kerk uit de 11eeuw , een geheimzinnige stoel en het enorme beeld van de Madonna beeld verbeelden deze geschiedenis.

Je krijgt hier op een hoogte van bijna 600 meter een prachtig uitzicht over de omgeving met de Bourgondische heuvels, weilanden, akkers, bossen en wijngaarden. Een oriëntatietafel wijst je de Charolais in het westen, in het noorden plaatsen als Mont-Saint-Vincent en Montceau-les-Mines, in het oosten de vallei van de Saône en in zuidelijke richting Cluny, Mâcon en uitlopers van de Beaujolais. Bij helder weer kun je zelfs de Alpen en de Mont Blanc zien liggen.

Op de top van deze rotsachtige heuvel staat een Madonna beeld. Maria kijkt in westelijke richting over de Charollais uit. Het verhaal achter dit beeld is bijzonder.

Gezegde over Suin

« De Suin haut perché, on voit cinquante deux clochers ».
« Vanuit Suin hoog neergestreken, ziet men tweeënvijftig klokkentorens».

Oorsprong van de naam Suin

Oorspronkelijk is de naam van deze plaats Sedunum, een Keltisch woord voor ‘versterkte heuvel’. Onder de Merovingers behoort Suin tot Pagus Cabillonensis (Pays de Chalon). De Galliërs bouwen hier een stad.

Via Regia

Suin lag in de Gallo-Romeinse tijd aan het kruispunt van twee Romeinse wegen. Een weg was de Via Regia (Latijn voor Koninklijke Weg), de andere weg kwam van Belleville (Ludna), een plaats die niet meer bestaat. De Via Regia was  de Romeins trans-Europese handelsroute. Suin lag aan de route van Lyon naar Autun. Deze Romeinse weg liep door de bossen ten noorden van de Butte in de richting van La Guiche. Veel is er niet meer terug te vinden van deze oude route, zij is grotendeels verdwenen in de weilanden en het kreupelhout. Oorspronkelijk was de Romeinse weg 15 meter breed, met aan beide kanten een sloot.
Na de definitieve nederlaag van Napoleon nam de betekenis van de weg af.

Geschiedenis Suin

De geschiedenis van Suin kent bijzondere hoogte- en dieptepunten. Een oppidum met een Romeinse tempel gewijd aan Mercurius, een bijzonder kruis in de kerk, een versterkt kasteel uit de Middeleeuwen, een kruistocht en plunderende Armagnacs en een opmerkelijk Maria beeld met een uitzonderlijke geschiedenis uit de 19e eeuw…..

Kelten en Romeinen

De Kelten, een oud Indo-Europees volk, bereikten het hoogtepunt van hun gebiedsuitbreiding in de 4e eeuw v.Chr., toen ze hun invloed lieten gelden in heel Europa, van Groot-Brittannië tot Klein-Azië.
Vanaf 100 v.Chr. waren de rollen omgedraaid en veroverden op hun beurt de Romeinen – die hun imperium aan het uitbreiden waren – de meeste Keltische gebieden in  Europa behalve delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. Veel Kelten werden uitgemoord, anderen werden geromaniseerd. Op die manier verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties binnen het Romeinse Rijk. Alleen in afgelegen streken op het minder dichtbevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

In de Gallische tijd is Suin vanwege zijn hoge ligging en op het kruispunt van wegen liggend, een belangrijke plaats. Mogelijk hebben hier al Aedui gewoond.
Nadat de Romeinen de aanwezige Kelten van deze plaats verdreven hebben, bouwen ze op de top van de heuvel een militaire versterking, een oppidium. Het wordt een van de belangrijkste nederzettingen in de regio.

Een oppidum is een verhoogde plaats, een versterking) op een hoger gelegen plaats (meestal op een heuvel of plateau gelegen) waarvan de natuurlijke verdediging versterkt is door de mens ten tijde van de Kelten.

De Romeinen bouwen een tempel die zij aan Mercurius wijden. Deze wordt helaas tijdens de godsdienstoorlogen in de 15e eeuw in brand gestoken en verwoest en zijn er geen overblijfselen meer van te vinden.

In het begin van de 10e eeuw (terug gevonden in documenten uit 933) is Suin een zetel van een rechtsgebied, Recht wordt gesproken in naam van de graaf van Chalon.

In de 11e eeuw wordt Suin bevolkt door boeren, lijfeigenen en houthakkers, in dienst van de vele seigneurs die eigenaar waren van de bossen. Rond de top van de berg was een levendige gemeenschap ontstaan. Het versterkte kasteel komt vervolgens in handen van de ‘sires’ van Suin: ‘les Bernard’, Béatrix de Suin (1307), J. de Suin (1321) en Bernard de Suin, heer van Villars.

In de 14e eeuw wordt het bezit van Suin verdeeld over verschillende families. In de volgende eeuw herstelt de aristocratische familie Lespinasse uit het naburige Sivignon de eenheid weer.

In de 16e eeuw is de militaire en politieke invloed van Suin volledig verdwenen.


Ridder Alberic de Suin en de kruistochten

In 1248 neemt ridder Alberic de Suin deel aan de Zevende Kruistocht. Hij gaat samen met koning Louis IX ‘le Saint’ (Lodewijk IX van Frankrijk) de strijd aan tegen de beruchte Saracenen..

Ook de beroemdste heer van Brancion, Jocerand IV, gaat op deze kruistocht. Het kasteel van Lourdon wordt door troepen van de koning aangevallen, om ook de ‘heer van Lourdon’ te dwingen deel te nemen aan deze kruistocht.
Ze vertrekken naar Egypte met de volledige steun van paus Innocentius IV. Hun doel is om Jeruzalem te heroveren op de Saracenen. De koning wordt hierbij gevangen genomen door de moslims en de Franse schatkist betaalt losgeld voor zijn vrijlating.

Oorlog tussen Bourgondiërs (Bourguignons) en Armagnacs

Aan het begin van de 15e eeuw wordt Frankrijk geteisterd door de burgeroorlog tussen de Bourgondiërs en de Armagnacs. Deze oorlog moet de Bourgondiërs ruïneren. De oorlog duurt meer als vijfentwintig jaar. De Bourgondiërs zijn de aanhangers van de Bourgondische hertogen, zoals Jan zonder Vrees en later Filips de Goede . De Armagnacs zijn aanhangers van de vermoorde Lodewijk I, hertog van Orléans.

Tijdens deze oorlogen gaan de Armagnacs verwoestend en plunderend door de Bourgogne. Ook in deze regio wordt een bloedige strijd gevoerd. Zo wordt de stad Tournus ingenomen en geplunderd, nemen de Armagnacs het kasteel van Pierreclos in bezit en wordt de vesting Brancion ernstig bedreigd.

De verovering van Chaulmont-en-Charolais (nu Saint-Bonnet-de-Joux) door de Armagnacs brengt ook in Suin dood en verderf. De boeren proberen zich te verdedigen, maar moeten hun land verlaten en het versterkte kasteel wordt verwoest. Het gevolg is een verschrikkelijke hongersnood van 1436 tot 1438. Na deze verschrikkelijke jaren breekt de pest uit…

Le Traité d’Arras (De vrede van Atrecht) in 1435 beëindigt deze oorlog. Bourgondië blijft onafhankelijk en de hertog van Bourgondië erkent de legitimiteit van Karel VII als koning van Frankrijk.

Ondanks de ondertekende vrede keert de rust niet terug. De huursoldaten die tijdens de oorlog waren gerekruteerd, komen bijeen in bendes en plunderen Bourgondië.

De jaren 1708 tot 1710 zijn in Suin en omgeving opnieuw jaren van hongersnood. De bevolking leeft van eikels en varenwortels. Door deze hongersnood komen in Suin veel mensen om: 235 mensen sterven en 138 anderen verlaten het land. 

De twee eeuwen die volgen, brengen rust en vrede voor de inwoners van Suin. De Franse Revolutie gaat Suin een enigszins voorbij. Voor de Franse Revolutie maakte Suin deel uit van het diocees van Autun. In 1793 worden de verschillende gehuchten van Sivignon herenigd in Suin, maar bij keizerlijk decreet van 6 januari 1864 wordt Sivignon een zelfstandige gemeente.

Opgravingen

Evenals bij de meer bekende Roche de Solutré zijn in Suin belangrijke opgravingen gedaan. Hier zijn Keltische medaillons, Gallische en Romeinse munten, wapens, messen en een groot aantal stenen graven, graftombes met botten en urnen teruggevonden. 

Een deel van een zuil met een omtrek van 1,20 m met een inscriptie bewijst dat Suin een Romeins nederzetting is geweest. Er wordt zelfs een klein bas-reliëf dat twee krijgers voorstelt gevonden.

Bij opgravingen  in 1772 en 1776 vinden de archeologen hoefijzers, een antiek nietje en munten waarvan er één dateert van Philippe le Bon (Filips de Goede). In 1934 worden tevens sieraden en aardewerk gevonden.

Tijdens opgravingen in juni 1963 ontdekken archeologen een blok zandsteen van 1,06 meter hoog, dat werd gebruikt voor hergebruik in een deurpost. Dit blok droeg een Latijnse inscriptie die als volgt luidt:

Mer (curio) sac (rum) / Sex (tus) Gabiniu [s] / Censorinu [s] / Dagot [out] i (?) [F (ilius)] / pro M [otu] con [e (?)] / filio

Deze inscriptie getuigt van het bestaan van een tempel gewijd aan Mercurius in Romeinse tijd.

Recenter wordt een werktuig voor het slijpen van steen uit het tijdperk Neolithicum ontdekt.
Het Neolithicum of de nieuwe steentijd is een prehistorische periode die omstreeks 11.000 v.Chr. begon.

Madonna

In 1872 wordt Claude Bordat priester in het dorp Suin. Ruim tien jaar later heeft Bordat de droom om een kolossaal beeld van een Maria beeld op een steile rots op het hoogste punt van het dorp te plaatsen. Dit nadat Jean de Longeville, kapucijner van de orde van Franciscus, drie weken lang op missie is geweest in Suin. Bordat vindt de benodigde fondsen voor zijn plan en koopt in Lyon een schaalmodel van de Maagd van Fourvière.
In de basiliek van Saint-Thomas in Lyon staat dit Maria beeld op de top van de toren, hier na de herbouw van de toren in 1852 geplaatst. Dit beeld is gemaakt door de beeldhouwer Joseph-Hugues Fabisch uit Lyon. Het oorspronkelijke beeld is 5.60 hoog, de kopie van Suin wordt 4 meter hoog.

In Suin zijn veel mankracht en ossen nodig om het beeld op zijn plaats op de top van de heuvel te krijgen.

De inhuldiging vindt op dinsdag 14 april 1885 plaats. Priester Jean de Longeville houdt een toespraak en de bisschop van Autun doet de inzegening. De bisschop zal een aflaat schenken aan iedereen die, met zijn ogen op het beeld gericht, een ‘pater noster’ en een ‘Ave Maria’ opzegt.

Vijftig jaar later organiseert priester Degrange, pastoor van Sivignon en Suin, een feest ter ere van de 50e verjaardag van de inhuldiging van de maagd. Het beeld van Maria wordt opnieuw geverfd in ivoorwit. Degrange kiest voor de feestdag een datum waarop het werk op het land minder veeleisend is geworden, het wordt zondag 25 augustus 1935. Hij roept de parochianen op hun familieleden en vrienden uit te nodigen voor de ceremonie. Degrange doet hierbij de opmerkelijke oproep ‘dat donaties welkom zijn’. Dit mag in de vorm van geld, voorwerpen of landbouwproducten als boter, eieren, kaas, kippen, eenden of konijnen zijn.

Ruim 4000 mensen uit de hele regio komen af op dit feest. Zoveel dat de plaatselijke gendarmerie zijn handen vol heeft aan het regelen van het verkeer. De kerk is versierd met guirlanders, vlaggen en banieren, mede om de slechte staat van de muren te verbergen. Een grote menigte vult de kerk tijdens de mis. Onder de aanwezigen is ook abt Janin de St Hugues, abt van Paray le Monial. Deze kwam oorspronkelijk uit Suin.

Na de mis volgt een processie met ceremonie op de berg, is er een liefdadigheidsverkoop en zijn er diverse attracties als een reuzenrad en schieten. Als laatste onderdeel worden de ballonnen opgelaten. Van de 187 ballonnen worden 70 kaarten terug gestuurd. Zij komen uit de Saône-et Loire, maar ook uit verre plaatsen in de Jura, Zwitserland en Duitsland.

Regen en wind maken een voortijdig eind aan dit feest en verlaten de meeste mensen voortijdig de heuvel. De geplande theatervoorstelling die tijdens het nachtfeest in de openlucht gehouden zou worden, wordt verplaatst naar een overdekte ruimte in het dorp.

De volgende zondag organiseert de priester een nieuwe verkoop om de vele overgebleven producten te verkopen.

Bron: https://genealanille.fr/blog/2015/06/19/les-50-ans-de-la-vierge

Op 18 augustus 1985 viert Suin met een eeuwfeest het honderdjarig bestaan van het beeld van de Vierge Marie met een religieuze ceremonie, een feest en een klank- en lichtspel.

Ook in onze tijd wordt de Madonna nog veel bezocht door mensen uit de omgeving.

Fauteuil de César / Stoel van Ceasar

Verder op de heuvel staat een opvallende uitgeholde steen, bekend als de ‘fauteuil de César’, ook wel ‘la pierre des Blancs’ genoemd.
Veel is niet bekend over de oorsprong en betekenis van deze ‘stoel’, al zijn er verschillende vermoedens over. De meest waarschijnlijke optie lijkt mij  de mogelijkheid van een overblijfsel van een uitkijktoren.
De fauteuil is zo geplaatst dat hij gericht is op de opkomende zon. De steen heeft een diameter van 1,20 meter.

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?